Geschiedenis van Norg

www.natuurlijknorg.com

Geschiedenis van Norg in een notendop…
In het begin van de middeleeuwen duikt Nurch of Norche op in oorkondes. De oudste essen rond het dorp zijn op basis van onderzoek op ca. 650-750 na Christus gedateerd. Echter, al ver vóór de jaartelling moet er sprake van bewoning zijn geweest in Norg, gezien de aanwezigheid van een hunebed (D2), tussen Norg en Westervelde.

Het nabijgelegen bos het ‘Norgerholt’ is één van de oudste nog bestaande bossen van West-Europa en dateert vermoedelijk uit de 9e eeuw. Na de komst van het Christendom behoorde Drenthe tot het bezit van de Bisdom Utrecht, die de rechten en plichten van de inwoners van Drenthe voor het eerst bij het landrecht van 1412 erkende. De provincie Drenthe (toen nog Landschap Drenthe geheten) werd verdeeld in zes dingspillen. Het woord dingspil is samengesteld uit ding (= gerecht) en spil (of spel) (= gebied) en betekent dus rechtsgebied. Norg maakte onderdeel uit van het dingspel ‘Nordevelt’.


(Kaart van de Landschap Drenthe uit 1750)

Ieder dingspel was weer onderverdeeld in meerdere ‘kerspelen’ (kerkelijk gebied). Omdat Norg een kerk had, werd dit de zetel van het “Kerspel Norg”. Behalve uit Norg zelf bestond dit kerspel uit de dorpen Veenhuizen, Een, Een-West, Langelo, Peest, Westervelde, Zuidvelde, Norgervaart en Huis ter Heide.

Nadat Napoleon het voor het zeggen kreeg in Nederland en daarmee de “Franse Tijd” begon (1795-1813), veranderde er ook veel voor Drenthe. Onder andere de achternaam en burgerlijke stand werden ingevoerd, maar ook werd Drenthe een volwaardige provincie binnen Nederland en werden de dingspelen opgeheven en de kerspelen omgevormd tot ‘gemeenten’.

Zodoende ontstond in 1811 uit het kerspel Norg de ‘Gemeente Norg’. De patriciërs-familie Tonckens leverde in meerdere generaties de burgemeester. Omdat deze familie resideerde op het “Huis te Westervelde” (ook wel Tonkens-borg genoemd) en dit feitelijk het gemeentehuis was, werd Westervelde in eerste instantie ook gezien als “hoofdplaats” van de gemeente Norg.

Pas halverwege de 19e eeuw werd een gemeentehuis in Norg (Brink 9) in gebruik genomen, waardoor het dorp Norg ook daadwerkelijk zelf de hoofdplaats werd van de gemeente Norg.


(Kaart van de Gemeente Norg uit 1863)

Gemeentelijke herindeling
Van 1811 tot 1998 was Norg een zelfstandige gemeente. In ’98 ging de gemeente Norg (met bijbehorende dorpen Veenhuizen, Een, Langelo, Peest, Westervelde, Zuidvelde, Een-West en Huis ter Heide) op in de nieuw gevormde gemeente ‘Noordenveld’, na een samengaan met de buurgemeenten Peize en Roden. Het streven in Drenthe was om financieel gezonde gemeenten te vormen met minimaal 30.000 inwoners. Dit was een aantal inwoners waar de drie afzonderlijke gemeenten toe dan toe bij lange na niet aan voldeden (Roden 18.000, Norg 7.000 en Peize 5.000).

De gemeente Norg had (naar maatstaven van die tijd) zelfstandig kunnen blijven, maar de gemeenten Peize en Roden hadden het financieel dermate moeilijk, dat een kapitaalinjectie vanuit de Norger kas en dus een herindeling hoe dan ook noodzakelijk was. De gemeente Norg was een rijke gemeente vanwege de rijksinkomsten voor de gevangenissen (Veenhuizen), de gasopslag (Langelo), het munitiedepot (Veenhuizen) én de inkomsten vanuit het toerisme en recreatie (Norg).

In eerste instantie was het voornemen om de nieuwe gemeente, die we nu kennen als Noordenveld, ook “Gemeente Norg” te noemen waarbij het dorp Norg tevens de hoofdplaats (met gemeentehuis) zou worden. Dit was de bedoeling omdat Norg van alle dorpen in de gemeente veruit de meeste (landelijke) bekendheid heeft. Maar omdat Roden qua inwoners ruimschoots het grootste dorp was en net als Norg ook redelijk centraal ligt, werd dit de ambtelijke zetel en uiteindelijk werd gekozen voor ‘Noordenveld’ als gemeentenaam, afgeleid van het historische dingspel Nordevelt.